Transplantatie
Een tweede leven...
1. Niertransplantatie
2. Hart- en longtransplantatie
3. Levertransplantatie
4. Het probleem van de afstoting
5. Orgaandonatie
6. Roche en transplantatie
De vervanging van een orgaan verlengt de levensduur en verhoogt het welzijn van talrijke patiënten met nier-, hart- of leverinsufficiëntie.
Hoewel patiënten met nierinsufficiëntie behandeld kunnen worden met dialyse, is het krijgen van een nieuwe nier voor hen de beste oplossing.
Voor lever-, hart- en/of longinsufficiëntie is orgaantransplantatie de enige optie en dergelijke operaties worden momenteel uitgevoerd in gespecialiseerde ziekenhuizen over heel de wereld.
Tegenwoordig kunnen enkele andere organen, zoals de pancreas, de dunne darm of soms verschillende organen tegelijkertijd getransplanteerd worden.
Niertransplantatie
|
|
Sinds de eerste succesvolle transplantatie van een menselijke nier in 1954 werd aanzienlijke vooruitgang geboekt op dit vlak. Momenteel is niertransplantatie een vaak uitgevoerde operatie die voornamelijk beperkt is door het tekort aan beschikbare organen. De kans op overleving na een niertransplantatie bedraagt 85 à 90% in het eerste jaar en het risico dat de patiënt overlijdt, is zeer klein. In sommige gevallen worden een nier- en pancreastransplantatie tegelijkertijd uitgevoerd en ook in dit geval zijn de slaagkansen opmerkelijk verbeterd. Voor kinderen met nierinsufficiëntie is de kans op overleving op lange termijn groter na transplantatie dan met dialyse.
|
Statistieken voor België en het Groothertogdom Luxemburg
(bron: Eurotransplant International Foundation)
|
Nier |
Nier & pancreas |
|||
|
Uitgevoerde transplantaties |
Op de wachtlijst |
Uitgevoerde transplantaties |
Op de wachtlijst |
|
|
2009 |
411 |
806 |
12 |
30 |
|
2008 |
415 |
786 |
16 |
23 |
Cijfers van 31 december
Alleen organen van overleden donoren
Hart- en longtransplantatie
Harttransplantatie werd voor het eerst uitgetest op het einde van de jaren ’60 en is ondertussen de algemeen aanvaarde therapie voor patiënten met een ernstige hartinsufficiëntie die niet op de andere behandelingsvormen reageren.
Tot op heden hebben meer dan 46.000 patiënten een harttransplantatie ondergaan en jaarlijks worden tussen 3.000 en 4.000 harttransplantaties uitgevoerd over de hele wereld.
Patiënten met ernstige longinsufficiëntie kunnen een enkele of dubbele longtransplantatie ondergaan.
Soms wordt ook gelijktijdig een hart- en longtransplantatie uitgevoerd.
Statistieken voor België en het Groothertogdom Luxemburg
(bron: Eurotransplant International Foundation)
|
Hart |
Hart & longen |
Longen |
||||
|
Uitgevoerde transplantaties |
Op de wachtlijst |
Uitgevoerde transplantaties |
Op de wachtlijst |
Uitgevoerde transplantaties |
Op de wachtlijst |
|
|
2009 |
65 |
50 |
1 |
2 |
89 |
92 |
|
2008 |
71 |
39 |
1 |
1 |
79 |
74 |
Cijfers van 31 december
Alleen organen van overleden donoren
Levertransplantatie
Voor patiënten met een ernstige leverinsufficiëntie is transplantatie de enige optie.
Statistieken voor België en het Groothertogdom Luxemburg
(bron: Eurotransplant International Foundation)
|
Lever |
||
|
Uitgevoerde transplantaties |
Op de wachtlijst |
|
|
2009 |
215 |
166 |
|
2008 |
203 |
179 |
Cijfers van 31 december
Alleen organen van overleden donoren
Het probleem van de afstoting
|
De grootste vrees van patiënten met een transplantaat is dat hun eigen immuunsysteem het transplantaat vroegtijdig afstoot. Om deze afstoting te vermijden, krijgen de patiënten geneesmiddelen die de immuunrespons onderdrukken en afstoting voorkomen. Deze behandeling bestaat gewoonlijk uit een combinatie van verschillende geneesmiddelen en moet voor heel het leven gevolgd worden.
|
![]() |
De afstoting van het niertransplantaat door het immuunsysteem van de patiënt kan ertoe leiden dat het orgaan verloren gaat en dat opnieuw dialyse nodig is. Voor patiënten die een hart-, long- of levertransplantatie ondergingen, betekent het verlies van het transplantaat een onmiddellijk gevaar voor hun leven.
Hoewel de gebruikte geneesmiddelen doeltreffend zijn om de kans op afstoting te verminderen of afstoting te voorkomen, kunnen zij ook aanleiding geven tot problemen. Sommige geneesmiddelen die de immuunrespons onderdrukken, kunnen echter schadelijk zijn voor de nieren of andere organen of voor de algemene werking van verschillende systemen. Deze geneesmiddelen kunnen de patiënt ook gevoeliger maken voor infecties. Dit betekent nog een uitdaging meer voor de farmaceutische industrie.
Orgaandonatie
Er bestaan drie types orgaandonoren:
- de levende donor:
- orgaan van een levende persoon die in goede gezondheid verkeert
- organen die in aanmerking komen: beenmerg, nieren, huid, deel van de lever
- de hersendode donor:
- orgaan van een hersendode persoon (dit wil zeggen dat zijn hersenen definitief en onherroepelijk
beschadigd zijn, maar de voornaamste functies worden kunstmatig in stand gehouden)
- organen die in aanmerking komen: hart, longen, pancreas, milt, lever, nieren, hoornvlies
- de non-heartbeating-donor:
orgaan van een persoon die het slachtoffer werd van een onherroepelijke hartstilstand die de hersenen, maar niet de andere organen beschadigd heeft.
Dit gaat om beperkte gevallen en betreffen hoofdzakelijk nierdonaties.
De Belgische wetgeving: het principe van het vermoeden van solidariteit tussen mensen
- Vanaf 18 jaar wordt elke Belg of elke buitenlander die langer dan zes maanden in het vreemdelingenregister van België ingeschreven staat, na zijn overlijden beschouwd als orgaandonor, tenzij hij tijdens zijn leven hiertegen uitdrukkelijk bezwaar gemaakt heeft bij het gemeentebestuur.
- Zoals voorzien door de wet, worden de familieleden in de eerste graad van de overledene – ouders, kinderen, samenwonende echtgenoot – ingelicht over het wegnemen van organen bij de overledene. De naaste familie zal zich hiertegen echter niet kunnen verzetten als de overledene tijdens zijn leven bij het gemeentebestuur te kennen gegeven heeft dat hij donor wil zijn.
In de praktijk is het dus de wil van de overledene die doorweegt als hij deze officieel te kennen gegeven heeft.
Als het wegnemen van een orgaan overwogen kan worden, bepaalt de Belgische wetgeving bovendien dat de hersendood van de patiënt bevestigd moet worden door ten minste drie verschillende artsen die niet tot het transplantatieteam behoren (in een « normale » situatie is het voldoende dat een enkele arts het overlijden vaststelt).
Wat u moet weten
- Zoals overal in de wereld is de vraag naar organen in België groter dan het aanbod.
In België moet een kandidaat-ontvanger gemiddeld 18 maanden wachten voordat hij het orgaan krijgt dat hij nodig heeft. Per jaar sterven veel patiënten door het tekort aan beschikbare organen.
- Nauwelijks 2% van de Belgische patiënten die overlijden, heeft zich officieel verzet tegen het wegnemen van organen. In 2003 heeft echter 15% van de naasten zich hiertegen verzet.
- De anonimiteit van de donor en de ontvanger en het gratis karakter van de donatie zijn ethische basisprincipes van orgaandonatie.
Roche en transplantatie
Roche streeft er voortdurend naar om transplantaties veiliger te maken en de levenskwaliteit van patiënten die een transplantatie ondergingen, te verbeteren.
In juli 1998 heeft Roche de "Roche Stichting voor Onderzoek over Orgaantransplantatie (ROTRF)" opgericht. Roche heeft tot op heden een budget van 67,5 miljoen Zwitserse frank voor een periode van 13,5 jaar voor deze stichting zonder winstoogmerk ter beschikking gesteld.

