AIDS en HIV-infectie

Een ziekte van het immuunsysteem

 Wat is een HIV-infectie / AIDS?

HIV

Het HIV (Humaan ImmunodeficiëntieVirus)-virus is opgebouwd uit een uitwendig kapsel met aanhechtingsplaatsen, en een binnenste kern met daarin de informatie voor de vermenigvuldiging van het virus (Ribonucleïnezuur of RNA).

Aan de hand van deze informatie zullen in de menselijke gastheercel (T4 of CD4) de elementen aangemaakt worden die noodzakelijk zijn voor de intracellulaire vermenigvuldiging van het HIV-virus

Infectie door het humaan immunodeficiëntievirus (HIV) wordt gekenmerkt door een progressieve verzwakking van het immuunsysteem ten gevolge van de vernietiging van de T4-lymfocyten (of CD4-lymfocyten). In dit stadium zegt men dat een persoon geïnfecteerd is met HIV of “seropositief” is.

Na meerdere jaren van asymptomatische evolutie komt de patiënt door de daling van het aantal CD4-cellen in het stadium van het verworven immunodeficiëntiesyndroom(AIDS). Dit stadium wordt gekenmerkt door de ontwikkeling van « opportunistische » infecties (veroorzaakt door micro-organismen die gewoonlijk niet ziekteverwekkend zijn voor mensen met een goede gezondheid) en bepaalde vormen van kanker.

Het virus zelf kan bovendien het zenuwstelsel, het spijsverteringsstelsel, de spieren en de nieren beschadigen.

Zonder doeltreffende behandeling, zullen een opeenstapeling van opportunistische infecties leiden tot de dood van de patiënt.

Top

 Wat is de oorzaak van een HIV-infectie / AIDS?

HIV wordt overgedragen via lichaamsvloeistoffen die een grote hoeveelheid virussen bevatten, zoals bloed, sperma, vaginaal vocht en moedermelk.

De mogelijkheden van overdracht met een hoog risico op infectie zijn: 

  • seksuele overdracht tijdens niet-beschermd geslachtsverkeer
  • overdracht tijdens drugsconsumptie met gezamenlijk gebruikte spuiten
  • tijdens de zwangerschap via de navelstreng, op het moment van de bevalling of tijdens de borstvoeding
  • bloed en bloedproducten , frequente bloedtransfusies

HIV vermenigvuldigt zich voornamelijk in immuuncellen (T-helper of CD4) die instaan voor de verdediging tegen infecties. Het virus programmeert hierbij het metabolisme van de geïnfecteerde cel zodanig dat de virussen zich vermenigvuldigen en de cel uiteindelijk vernietigd wordt.

Aangezien de CD4 cellen een essentiële rol spelen in het immuunsysteem, zal de afweer van de geïnfecteerde persoon blijven afnemen. Het immuunsysteem stort uiteindelijk in elkaar en tamelijk onschuldige ziektekiemen kunnen aanleiding geven tot zogenaamde opportunistische infecties, die potentieel dodelijk kunnen zijn.

AIDS

Top

 Bestaat er een genetische aanleg om HIV / AIDS te krijgen?

Neen.

Om cellen te kunnen infecteren, heeft HIV naast de CD4-receptor bijkomende « sleutels », co-receptoren genaamd, nodig. Een van deze co-receptoren is de CCR5-molecule. HIV « misbruikt » deze molecule op het oppervlak van de immuuncellen als « sleutel » om in de cel binnen te dringen. Als de CCR5-molecule niet op het oppervlak van deze cellen aanwezig is, kan HIV ze niet infecteren. Studies hebben aangetoond dat bij mensen bij wie een CCR5-gen defect is, de ontwikkeling van AIDS met 2 à 4 jaar wordt vertraagd.

Top 

 Hoe wordt een HIV/aids-infectie gediagnosticeerd?

Vrij snel na de besmetting met HIV kan een acute fase met pseudo-griep symptomenoptreden. Hoewel deze symptomen na enkele dagen afnemen, gaat de vermeerdering van het virus onverminderd voort. Zelfs al voelt de geïnfecteerde persoon zich goed, het HIV-virus heeft zijn lange strijd met het immuunsysteem reeds aangevat en verspreidt zich meer en meer in het organisme. Gevolg is dat de ziekte dikwijls pas in een gevorderd stadium gediagnosticeerd wordt.

De opsporingsmethoden zijn in dit geval de volgende:

  • De test voor het opsporen van de anti-HIV antilichamen analyseert of het virus de vorming van endogene moleculaire afweer, de antilichamen, heeft gestimuleerd. Als er anti-HIV antilichamen in het bloed worden gevonden, wordt dit resultaat met behulp van een tweede bloedstaal bevestigd.
  • De directe virale test is gebaseerd op de amplificatie door polymerase (PCR) en laat een directe kwalitatieve meting van het virus toe. De hoeveelheid virus in het bloed gemeten, wordt virale lading genoemd. De bepaling van de virale lading laat toe om de evolutie van de ziekte bij de seropositieve patiënt in betrouwbare condities te volgen en de doelgerichte instelling van de beschikbare behandelingen.
  • Bij een "resistantie test" wordt nagegaan welke geneesmiddelen efficiënt werken tegen het virus – noodzakelijke voorwaarde bij het instellen van een doelgerichte behandeling.

Top 

 Hoe een HIV-infectie / AIDS behandelen?

HIV_treatment

Geneesmiddelen tegen AIDS (anti-retrovirale middelen) remmen de ontwikkeling van het virus in de verschillende stadia van zijn replicatiecyclus.

Zij worden steeds in combinatietherapie gebruikt:
 

  • Reverse-transcriptase-inhibitoren (RTI, NRTI en NNRTI) remmen de transcriptie van de genetische informatie van het virus van RNA in DNA. Zo verhinderen zij een proces dat ertoe leidt dat het genetisch materiaal van het virus in het genetisch materiaal van de geïnfecteerde cel wordt ingebouwd.
  • Protease-inhibitoren (PI) verhinderen dat het virus kan beschikken over bepaalde proteïnen die het nodig heeft om matuur te worden en nieuwe cellen te infecteren. Er worden wel nieuwe virussen (virions) gevormd, maar zij kunnen geen nieuwe cellen infecteren.
  • Fusie-inhibitoren (FI) verhinderen dat het virus cellen binnendringt en beschermt hen zo tegen besmetting.

Dankzij een combinatietherapie van meerdere geneesmiddelen kan de vermenigvuldiging van het virus zodanig beperkt worden dat de virale lading tot onder de detectiegrens wordt teruggevoerd. In dit opzicht is het bijzonder belangrijk om het behandelingsschema dat de arts heeft voorgeschreven, nauwkeurig op te volgen. De snelle mutatie van de virussen leidt immers tot steeds meer resistenties en kruisresistenties tegen deze geneesmiddelen zodat voortdurend onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe behandelingswijzen gebaseerd op nieuwe werkingsmechanismen vereist zijn.

Top 

 Hoe AIDS / een HIV-infectie voorkomen (preventie)?

Momenteel is de enige efficiënte bescherming tegen een HIV-ziekte het vermijden van besmetting.

Het virus wordt overgedragen:

  • tijdens niet-beschermd geslachtsverkeer
  • door bloedcontact
  • door borstvoeding 

Het virus wordt niet overgedragen via speeksel, tranen of transpiratie.

Het is daarom van kapitaal belang om bewust te zijn van het risico op infectie en om de nodige beschermingsmaatregelen in acht te nemen. Deze boodschap overbrengen vormt één van de voornaamste uitdagingen van de nationale informatiecampagnes over HIV.

Beschermingsmaatregelen om besmetting te vermijden:

  • condooms gebruiken
  • uitsluitend persoonlijke spuiten of nieuwe spuiten gebruiken
  • wegwerphandschoenen gebruiken in geval van risico op rechtstreeks bloedcontact

Tegenwoordig kan de vermenigvuldiging van het virus met anti-retrovirale geneesmiddelen vertraagd worden. Hierdoor kan een voldoende sterk immuunsysteem behouden blijven om het begin van het AIDS-stadium te vertragen. Deze geneesmiddelen bieden echter geen genezing. 

Momenteel geldt dat éénmaal men seropositief is, men het blijft voor de rest van zijn leven.

Top

 Wat u moet weten

De toestand in de wereld:

  • AIDS is de vierde doodsoorzaak in de wereld.
  • Eind december 2002 leefden 42 miljoen mensen met HIV/AIDS; onder hen 38,6 miljoen volwassenen, 19,2 miljoen vrouwen en 3,2 miljoen kinderen jonger dan 15 jaar. In 2002 zijn in totaal 3,1 miljoen mensen gestorven aan een ziekte gerelateerd aan HIV/AIDS.
  • Het HIV (humaan immunodeficiëntievirus) werd in 1983 ontdekt door Luc Montagnier en Robert Gallo als de oorzaak van AIDS.
  • In 1998 publiceerde een groep onderzoekers « a posteriori » een analyse van oude bloedstalen uit Afrikaanse ziekenhuizen, die het onweerlegbare bewijs leverde dat HIV-1 aanwezig was in een staal dat in 1959 in Kongo genomen werd.
  • Door middel van evolutiestudies hebben onderzoekers kunnen bepalen dat het virus voor het eerst in de jaren ’30 is opgedoken.
  • Het HIV heeft zich waarschijnlijk ontwikkeld door overdracht van het immunodeficiëntievirus van de aap – voornamelijk via de chimpansees – naar de mens.

De toestand in België:

  • Sinds 1986 zijn de nieuwe HIV-diagnoses in België geëvolueerd van gemiddeld 1.9 naar 3.0 per dag gerapporteerde gevallen.
  • Tussen 1997 en 2000 heeft men een stijgende trend vastgesteld van de nieuw gediagnosticeerde HIV-infecties (+36%), gevolgd door een minder grote stijging in 2001, 2002 en 2003. Sinds 2003 is er een tendens naar stabilisatie.
  • In feite zijn er dus in België zijn 22 236 geïnfecteerde personen aangegeven sinds het begin van de epidemie.
  • In 2008 werden er 1078 nieuwe HIV-diagnoses gesteld.
  • Sinds het begin van de ziekte werden 3892 AIDS-patiënten gediagnosticeerd.
  • De incidentie van AIDS is sinds 1996 dankzij het gebruik van nieuwe en meer doeltreffende antiretrovirale behandelingen sterk gedaald. Sinds 1998 is deze incidentie constant gebleven met tussen de 122 en 149 nieuwe gevallen per jaar.
  • Dit stoppen van de daling van het aantal AIDS-gevallen kunnen we deels verklaren doordat een belangrijk aandeel van de AIDS-patiënten de diagnose van een HIV-infectie pas stellen op het ogenblik van hun ziekte. De verhouding van de AIDS-patiënten die hun seropositiviteit ontdekten bij de diagnose van AIDS was 26% tussen 1995 en 1996, 39% in 2007 en 28% in 2008 (semestriëel rapport N°68, toestand op 31 december 2008, www.iph.fgov.be/epidemio/epinl).
  • De Belgische epidemiologische gegevens over HIV-infectie zijn echter onvolledig. Vooral het aantal patiënten in leven en het aantal patiënten in behandeling zijn niet gedocumenteerd.
  • Experts schatten dat momenteel 5.000 patiënten in België behandeld worden.

Top