Alternatieve prikplaatsen (AST)

Sommige bloedglucosemeters laten u toe te meten met een druppel bloed van andere lichaamsdelen dan de vingertop, zoals de handpalm, onderarm, bovenarm, dij of kuit. Alternatieve prikplaatsen zijn niet altijd aangewezen. Bloed van uw vingertop geeft snel veranderingen in de bloedglucose weer, dit in tegenstelling tot bloed van andere prikplaatsen. Het is dus mogelijk dat u, door gebruik van een druppel bloed van alternatieve prikplaatsen, niet altijd de meest nauwkeurige resultaten krijgt.1 Alvorens voor het meten van uw bloedglucose andere prikplaatsen dan uw vingertop te gebruiken, dient u dit met uw professionele zorgverlener te bespreken.

Alternatieve prikplaatsen of AST kunnen aanbevolen worden wanneer de bloedglucose stabiel is, zoals voor een maaltijd of voor het slapengaan. AST wordt niet aangeraden wanneer de bloedglucose snel verandert, zoals na een maaltijd of na lichamelijke inspanningen.

Negeer nooit uw symptomen (bijvoorbeeld bij een te lage of te hoge bloedglucose). Als het resultaat van uw bloedglucosemeting niet overeenstemt met hoe u zich voelt, meet dan uw bloedglucose met een druppel bloed uit uw vingertop om het resultaat te bevestigen.

  1. American Diabetes Association.Standards of medical care in diabetes—2008.Diabetes Care.2007;31:S12–S54. Beschikbaar op:http://care.diabetesjournals.org/cgi/content/full/31/Supplement_1/S12   Geraadpleegd op 24 januari 2008.